Bikkelen tijdens een training van Rugbyclub Maastricht.
Veertig jaar rugby in Maastricht. De decennia gingen voorbij als een ritje in de achtbaan. Van de oprichting met militaire hulp, via een studentengolf naar bijna dood een jaar of tien geleden. Een koerswijziging en de World Cup van 2015 zorgden voor de ommekeer.

Hij wordt geëerd met een foto in een statige lijst: Dominique Tripels. De inmiddels overleden grondlegger vond het dit weekend precies veertig jaar geleden hoog tijd voor een rugbyclub in de provinciehoofdstad. Want bij wijze van compensatie voor de mijnsluiting was zojuist een universiteit opgericht. En, zo meende Tripels: een universiteitsstad waar niet gerugbyd wordt, is geen universiteitsstad.

En wie konden de boel beter op gang helpen dan de in de Tapijnkazerne gelegerde Britse soldaten? Derek Pocock en Michael Walker waren er als de kippen bij om hun nationale sport in Nederland te onderwijzen. Een veld werd gevonden in eerst Borgharen, daarna – met toestemming van de commandant – vlakbij de legerbasis en uiteindelijk in Malberg.

Roemrucht
Daar speelde Maastricht eerst in het roemruchte Kuupke. Daar kon het vriezen dat het kraakte, maar het veld was door de acht treden hoge betonnen ring rond het veld altijd bespeelbaar.

“We hadden daar ons eigen honk”, herinneren huidig voorzitter Lidewij van den Hoogen en bestuurslid Patrick van der Sterren zich. “Al werd het hoe ouder hoe slechter. Op een gegeven moment vielen de inbrekers door het dak.” Inderdaad, met inbrekers en vandalen kreeg de club in de tijd van ’t Kuupke haast wekelijks te maken. Met als gevolg dat de prijzenkast in het nieuwe gebouw – gedeeld met honk- en voetbalclub – er akelig leeg uitziet. Tig trofeeën zijn gestolen dan wel vernield.


Lidewij van den Hoogen en Patrick van der Sterren.

Ooievaar
Uitgewisselde schildjes, als rugbyvariant op vaantjes, zijn er daarentegen nog zat. Ze hangen aan de muur achter de bar en zijn onder anderen verzameld door de studenten die zich eind jaren tachtig massaal aanmeldden. Het veranderde de cultuur binnen de club. Keurige teamfoto’s maakten plaats voor afbeeldingen van jolige studenten on tour ergens in Europa, hangend boven het toilet. “Destijds raakten de Maastrichtenaren die vanaf het begin bij de club waren op leeftijd. Zij stopten en studenten kregen de overhand. Een kentering.”

Maraboes ontstond onder de vlag van Rugby Maastricht. Maraboes, omdat dat lekker bekte: Maastricht Maraboes. Net als Eindhoven Elephants en Tilburg Tarantula. In Zuid-Limburg kozen ze een onooglijke ooievaarssoort. “Een aaseter. En lelijk, inderdaad.”

Zeecontainers
De studentenmeerderheid bleef enige tijd zo. Totdat een jaar of tien geleden nog amper twintig spelers over waren. “We stonden er als club heel slecht voor. De verhuizing naar de nieuwbouw verliep niet vlekkeloos. We moesten bij gebrek aan een clubhuis tijdelijk zelfs in zeecontainers douchen. Dat zorgde voor een dip en we stonden op het punt van omvallen. Actie was geboden”, vertellen de bestuursleden. “Rugby Maastricht moest weer een familieclub worden.”

Plakkende vloeren door uitbundige drankspelletjes in de kantine moesten tot het verleden gaan behoren. “Er werd ingezet op meer regionale spelers. Studenten hebben immers de eigenschap na een aantal jaar klaar te zijn met hun opleiding, waarna ze vaak terug naar hun eigen land keren. Dan blijf je werven.”

World Cup
En dus moest jeugd de stabiele factor worden. Campagnes, clinics op scholen en vriendendagen zorgden voor de nodige jonge aanwas. En de World Cup Rugby in 2015, niet te vergeten.

“Dat toernooi kwam uitvoerig op televisie. Niet in de laatste minuten van Studio Sport, maar met voorbeschouwing en al. Toen stonden opeens veel mensen aan de poort: ‘Kunnen onze kinderen hier terecht?’ Vooral het beeld van discipline en respect sprak aan. Rugby is een sport van gecontroleerde agressie. Wie het speelt, realiseert zich: zulk lichamelijk contact kan gevaarlijk zijn, dus als de scheidsrechter fluit, is het klaar.”

Nieuwe weg
En de studenten? “Die hebben het geweldig opgepakt. Ze zijn met ons de nieuwe weg ingeslagen. Even was het wennen, natuurlijk. Opeens zei iemand iets van die plakkende vloeren. Maar tegenwoordig zwabberen ze aan het einde van de avond even. De nieuwe organisatie brengt ook voor hen veel voordelen met zich mee, beseffen ze.”

Veelzeggend is de handreiking van de OMA’s, waarin oud-studenten die lid waren van Maraboes zich hebben verenigd. Hun jaarlijkse reünie vindt sinds mensenheugenis plaats op de derde zaterdag van september. Een heilige datum. Tot voor kort. “Wij vieren dit weekend ons veertigjarig bestaan. De OMA’s waren bereid hun bijeenkomst op te schuiven naar het jubileumfeest. Dat was vijf jaar geleden, bij het vorige lustrum, nog ondenkbaar.”

Clubhelden
Nu er een jeugdafdeling is, kan de club plannen maken voor de lange termijn. Eén doel is promoveren naar de ereklasse. Iets wat de vrouwen – onder de hoede van de in Nederland blijven hangen Michael Walker – al wel hebben gepresteerd. In 2014 promoveerde hij met de Margrieten, zoals de vrouwentak heet, naar het hoogste niveau.

Een voortvloeisel van die stunt was de uitverkiezing voor drie van de speelsters voor Oranje. Gedenkwaardig en dus hangt hun foto in een scheef opgehangen frame eveneens aan de muur van het gezellige onderkomen, naast de portretten van Gio Tskitishvili en Julien Penders die de nationale teams van respectievelijk Nederland en België haalden.

Evenaren
De mannen zijn op de goede weg die lichting vrouwen te evenaren. Vorig seizoen promoveerden ze naar de tweede klasse, waarin ze nu na vijf wedstrijden nog ongeslagen zijn. “We azen op de ereklasse in 2024. Als we dit seizoen al naar de eerste klasse promoveren, liggen we voor op schema.”

Oudste van Limburg
Maastricht heeft de oudste nog bestaande rugbyclub van Limburg, veertig jaar. De provincie telt er in totaal vier. In Roermond spelen sinds 1984 de Bokkerijders. Ooit op de plek waar nu jaarlijks miljoenen koopjesjagers shoppen in het Designer Outlet, tegenwoordig op sportpark Kitskensberg.
Wallaby’s in Venlo werd opgericht één jaar na Maastricht, in 1979 dus. Op initiatief van een medewerker van gloeilampenfabriek Pope: John Marsh. Hij organiseerde een drukbezochte informatiebijeenkomst en wierf zo voldoende leden voor een rugbyclub. Vorig jaar januari werd de jongste vereniging geboren: Victorians, met locaties in Heibloem en Weert. Nieuw-Zeelander John Vaughan was, zoekende naar een hobby, de oprichter. Waar nodig zoeken de verschillende clubs samenwerking.

https://www.limburger.nl/
Afbeeldingen: Bas Quaedvlieg